Dierentuinen

Eerlijk is eerlijk. Dit stuk was lastig om te schrijven. Waarom? Omdat mensen van dieren houden en ze graag willen zien. Omdat je niet alles wat mensen leuk vinden van hen af wilt nemen. Toch vonden we het belangrijk om ook dit onderwerp aan te halen en verder uit te diepen, zodat de bezoekers van dierentuinen dit wel met de juiste informatie doen.

Dierentuinen zijn geweldig. Je kunt heel dicht bij je (wilde) lievelingsdieren komen en ze bewonderen in al hun pracht. Dat die pracht veelal door ijzeren omheining beperkt wordt, doet er eigenlijk niet toe. We vinden dat niet zielig, als we die dieren maar kunnen bekijken. Mensen verplaatsen zich niet in de dieren die ze zo bijzonder vinden en waarvoor ze jaarlijks massaal naar dierentuinen afreizen. Het gevoel is dus dubbel. Als we ze maar kunnen zien, maakt het verder niet zoveel uit hoe ze erbij zitten. Stap voor stap leggen we uit wat er mis is aan dierentuinen en hoe ze hun rol beter zouden kunnen invullen als het gaat om behoud van diersoorten.

Opgesloten en verveeld

Je zou kunnen zeggen dat de dieren niet beter weten, ze zijn veelal in gevangenschap geboren en kennen de grote, wijde natuur niet. Niets is natuurlijk minder waar. Er gebeuren wereldwijd veel ongelukken in dierentuinen. Mensen die roekeloos over hekken klimmen of in de grachten vallen en vervolgens worden aangevallen door een tijger of een ijsbeer. Die dieren raken hun natuur niet kwijt door in gevangenschap geboren te worden. Het zijn roofdieren, wilde dieren, dieren met jachtinstinct! Precies om dat laatste is het zo verschrikkelijk geestdodend te noemen dat er een kruiwagen binnen wordt gereden met een homp vlees voor de leeuwen en tijgers. Natuurlijk worden die dieren blij en nieuwsgierig als er iets nieuws in hun kleine wereldje tevoorschijn komt. Een mens heeft achter de omheiningen niets te zoeken, dan vallen ze aan! Dat hebben ze nodig: uitdaging!

Nagebootste natuur, is nog lang geen natuur

Hoe groot een dierentuin een verblijf ook maakt, het is nooit te vergelijken met de uitgestrekte steppes, savannes of oerwouden waar de dieren van nature in voorkomen. Net als bij dolfijnen en orka’s in gevangenschap leggen ook landdieren vele tientallen kilometers per dag af. Zoekend naar voedsel, spelend met soortgenoten, of gewoon: omdat het kan!

Een olifant bijvoorbeeld is veel op reis. In een sociale groep. In een dierentuin staan olifanten vaak in tweetallen, soms zelfs alleen, met een paar bomen om de slurf naar uit te rekken. Reizen kunnen ze daar al helemaal niet. Zelfs niet in een park als bijvoorbeeld Beekse Bergen, dat groots opgezet is. Dieren lopen altijd na korte tijd tegen een hek aan…

Een (stads)dierentuin als Artis is vele malen erger dan een safaripark als Beekse Bergen. Sowieso zijn stadsdierentuinen vaak erg kleinschalig opgezet. Dieren lopen verveeld in veel te kleine hokken, vertonen stereotype gedrag, wiegen hun hoofd en lopen van de ene kant van het hok naar de andere kant.

Welzijnsproblemen

Olifanten “dansen”. Dat lijkt leuk om te zien, oog in oog met een olifant die van links naar rechts schommelt, of met de slurf zwaait. De bittere waarheid is dat het dier een stoornis heeft ontwikkeld vanwege gebrek aan ruimte en uitdaging. De dieren ervaren veel stress. In sommige gevallen wordt de dieren antidepressiva gegeven. Dat is natuurlijk…totaal onnatuurlijk.

Maar of het nu Artis betreft of Ouwehands Dierenpark of Beekse Bergen, die dieren blijven opgesloten in een omgeving die niet natuurlijk is. Desalniettemin is het logisch te denken dat dieren het beter hebben in een omgeving met veel ruimte. Stadsdierentuinen voldoen daar niet aan.

Naast het gebrek aan ruimte en afleiding worden van nature solitaire dieren bij elkaar gezet en worden dieren die in groepen leven vaak alleen gezet. Bovendien worden nachtdieren door de drukte in de dierenparken overdag gedwongen wakker te blijven. Al met al hebben dieren in een dierentuin het helemaal niet zo goed. Zelfs niet als ze daar geboren zijn, als ze volgens het publiek “niet beter weten”. Belangrijk is vooral na te denken over de vraag waarom ze niet beter weten… Ooit zijn ze uit hun natuurlijke omgeving weggehaald om te dienen als entertainment voor de mens.

Overigens geldt al dit bovenstaande ook voor kinderboerderijen. Op geen enkele wijze willen we hier beweren dat alle dieren in kinderboerderijen een slecht leven hebben, maar ook daar wordt er gefokt om bezoek te trekken, staan dieren vaak bij elkaar terwijl ze dat van nature niet zouden doen, of leven ze in veel te kleine verblijven.

Behoud van diersoorten?

Dierentuinen menen dat ze bijdragen aan het behoud van bepaalde diersoorten. Maar hoe vaak komt het voor dat dierentuinen daadwerkelijk dieren vrijlaten? Hoe vaak horen we daar iets over in de pers? Die momenten zijn zeldzaam. Helaas. Zo zou je kunnen vaststellen dat dierentuinen louter en alleen voor zichzelf aan behoud van diersoorten doen.

Educatie?

Dierentuinen zeggen ook dat educatie een onderdeel is van hun doelstelling. Daarbij kun je direct de vraag stellen wat je nu precies leert van dieren met stoornissen die stereotype gedrag vertonen? In niets lijken dierentuindieren op hun families in de vrije natuur. Educatie in dierentuinen vindt vaak plaats via posters en televisieclips met beelden van…dieren in de vrije natuur. Voor educatie hoeven we dus niet naar de dierentuin.

Het lot van de overtollige dieren

Niets trekt meer bezoekers naar een dierentuin dan pasgeboren dieren. Middels uitingen in het nieuws weten we dat er weer jonge ijsbeertjes te bewonderen zijn en de mensen staan in de rij. Via websites van de dierentuinen mag het publiek meedenken over een naam voor de jonge dieren en zo is iedereen betrokken bij de blijdschap. Hoewel, de dierentuinen zijn het meest blij: de kassa rinkelt weer. Er moet gefokt blijven worden in de dierentuinen om jonge dieren te kunnen blijven laten zien.

Wat mensen zich niet realiseren is dat dierentuinen ook te maken hebben met het zogenaamde surplus. Dat zijn de dieren waar een dierentuin eigenlijk niets meer aan heeft, waar er te veel van zijn of waar geen ruimte voor is. Deze dieren worden gedood of verkocht aan andere dierentuinen. Zo worden in Europese dierentuinen elk jaar ongeveer 3.000 tot 5.000 compleet gezonde dieren uit ‘populatiemanagement’ overwegingen afgemaakt. Daarnaast rijden dagelijks vrachtwagens door Europa met dieren van de ene dierentuin naar de andere. Dagenlang zijn ze onderweg naar hun nieuwe onderkomen. Transport van de ene naar de andere dierentuin loopt zeker niet altijd goed af. Meer dan eens raken dieren al bij het vangen of tijdens transport in paniek en verwonden zichzelf. Deze trieste en veelzeggende foto’s laten het gevolg hiervan zien.

dierentuin_transport

 


Alternatieven

Een mooi alternatief voor de hedendaagse dierentuin zou inderdaad te maken hebben met behoud van diersoorten, maar dan op een andere wijze.

Een aantal voorbeelden:

  • Hoe mooi zou het zijn als bijvoorbeeld afgedankte circusdieren een onderkomen zouden vinden in een mooie, grote, natuurlijke dierentuin? Dan zouden dierentuinen los van het geld dat ze graag willen verdienen aan dieren, ook nog een mooie bijdrage leveren aan dierenwelzijn.
  • Ook zouden dierentuinen kunnen overwegen om een deel van hun winst te besteden aan welzijn van dieren en behoud van diersoorten buiten de dierentuin, in de vrije natuur.
  • Of men kan de fokprogramma’s gebruiken om diersoorten in reservaten buiten de dierentuin in stand te houden. Dus daadwerkelijk actief meewerken aan het behoud van (vrije) diersoorten.
Conclusie

De simpele conclusie van dit alles is: bekijk en bewonder (wilde) dieren liever in hun natuurlijke omgeving. Bovendien zijn er tegenwoordig ontelbare programma’s op televisie of documentaires op DVD die ons van alles leren over de dieren en hun natuur.

Een ander alternatief is om dierenopvangcentra te bezoeken. Daar draait alles om de dieren en niet om het verdienen van geld ten koste van de dieren. Denk aan Ecomare, Zeehondencrèche Pieterburen of de lokale vogelopvang. Zeer leerzame plekken voor kinderen en bovendien een leuk dagje uit!