Er bestaan veel andere manieren om producten te testen. Men kan gebruik maken van weefsel van overleden mensen en dieren, kunststofmateriaal of via computerprogramma’s.

Ook kunnen onderzoekers nog beter nadenken voordat ze een dierproef doen. Is deze proef echt nodig? Of is deze al eens uitgevoerd (zoals bijvoorbeeld voor veel cosmetica). De uitkomsten van proeven zouden met de concurrent gedeeld moeten worden, zodat er minder dieren onnodig gedood worden. Dit gebeurt helaas lang niet altijd. Ook komt nog te vaak voor dat dieren niet meer gebruikt hoeven te worden voor de proef en dus onnodig gefokt zijn. Deze dieren worden dan meestal afgemaakt.

Vanzelfsprekend moeten onderzoekers er alles aan doen om de proefdieren een zo goed mogelijk leven te bieden: zoals een ruim hok, pijnstilling bij proeven, een sociale omgeving met andere dieren, goed eten en voldoende afleiding. Dit kan altijd beter!