Introductie

Nederlanders eten veel vis. In 2011 aten we met z’n allen in het totaal 77 miljoen kilo vis. De gezondheidsraad adviseert al jaren om 2 keer per week vis te eten. Er zijn zelfs veel pescotariërs: mensen die geen andere dieren, maar wel vissen eten. Misschien komt dit, omdat bij velen van ons de indruk bestaat dat een vis vast een beter leven moet hebben gehad dan de meeste andere dieren die voor onze consumptie worden gedood. Een vis heeft immers lekker zijn hele leven kunnen rondzwemmen in de zee? En heeft daarna alleen kortstondig pijn hoeven te lijden voordat hij sterft? Helaas. Niets is minder waar.

Vissenleed enorm

Wetenschappelijk onderzoek heeft halverwege de jaren 80 al aangetoond dat vissen pijn kunnen ervaren en gevoelig zijn voor stress. Toch bestaat in ons land geen regelgeving die vissen moet beschermen tegen pijn en stress veroorzaakt door de manier waarop ze voor consumptie worden gehouden of gevangen en gedood. Geen enkele regelgeving. Simpel gezegd: niets, noppes, nada. De bittere waarheid is dat deze dieren eigenlijk vogelvrij zijn verklaard. Alleen missen ze de luxe van vleugels waarmee ze hun wrede lot zouden kunnen ontvluchten. Want, zo laat zich raden, de gevolgen van het ontbreken van regelgeving zijn groot voor het lot van deze dieren. Het vissenleed in de hele vissector is enorm.

In dit hoofdstuk leggen we je uit waarom.