Konijnen

Ook bij een konijn kan het heel verstandig zijn tot castratie over te gaan.

Waarom castreren?
  • Als je een rammelaar (mannetjeskonijn) en een voedster (vrouwtjeskonijn) hebt, loop je natuurlijk risico op een nestje. Niet iedereen zit daarop te wachten.
  • Bedenk ook dat de Nederlandse knaagdierenopvangcentra al overvol zitten met afgedankte konijntjes die hopen op een nieuw thuis.
  • Bij voedsters kan het risico op baarmoederhalskanker en baarmoederontsteking door castratie verminderen.
  • Een konijn (zowel mannetjes als vrouwtjes) dat niet is gecastreerd kan sneller agressief gedrag vertonen naar je andere konijn(en), je andere huisdier(en) en soms zelfs naar mensen. Door castratie worden de dieren meestal liever en rustiger.
  • Een gecastreerde rammelaar zal minder geneigd zijn om te gaan sproeien. Ook ruikt zijn urine minder sterk. Vooral als je konijn binnenshuis wordt gehouden, kan dit een groot voordeel zijn.
  • Rammelaars kunnen net als honden nogal eens de neiging hebben om tegen iets of iemand op te ‘rijen’. Dit gedrag zal door castratie vaak afnemen.
Waarop letten?

Konijnen (en andere knaagdieren) lopen bij de ingreep meer risico dan honden en katten. Dit komt, omdat ze gevoeliger zijn voor de narcose.

In tegenstelling tot bij honden en katten is het goed konijnen gewoon te laten eten voor de operatie. Honden en katten moeten nuchter zijn in verband met het risico op braken. Konijnen kunnen niet braken. Het is voor een konijn het beste altijd voedsel in de darmen te hebben. Anders kunnen de darmen stil komen te liggen. Na de operatie kunnen konijnen nog wel eens weigeren om te eten. Houdt ook dit goed in de gaten. Als de dieren te lang niet eten, kunnen er problemen met de darmen ontstaan.

Houd er rekening mee dat een rammelaar nog meerdere weken na de operatie vruchtbaar is! Het beste is je konijnen nog een week of 6 na de operatie van elkaar gescheiden te houden.