gvdn2

Broeikaseffect

Veeteelt veroorzaakt meer broeikasgassen dan al ons verkeer bij elkaar. Volgens de Verenigde Naties is de veehouderij verantwoordelijk voor 18% van alle broeikasuitstoot wereldwijd. Veeteelt speelt dan ook een grote rol bij de opwarming van onze aarde. Een 2.000 calorieën tellend dieet met vlees produceert 2,5 keer zoveel broeikasgassen dan een plantaardig dieet en 2 keer zoveel als een vegetarisch eetpatroon.

Milieuvervuiling

De grote hoeveelheden opeengepakte dieren produceren een aanzienlijke hoeveelheid afval die schadelijk is voor het milieu: de bodem, de lucht en het grondwater. Onze 450 miljoen landbouwdieren (jaarlijks alleen al in Nederland!) produceren bijvoorbeeld 23 miljoen ton ammoniak per jaar. Dat is ruim 10 keer zoveel dan wij mensen zelf.

Ontbossing

Wereldwijd worden jaarlijks grote stukken oerwoud omgekapt om grond te winnen voor het verbouwen van ons veevoer. Het vernielen van oerwoud kost vele diersoorten hun leefgebieden en daarmee hun bestaan. Wetenschappers wijten het aan de veehouderij dat het verlies van diersoorten nu 100 maal sneller verloopt dan natuurlijk verloop.

Verspilling van natuurlijke bronnen

Onze veeteelt is grootverbruiker van alle natuurlijke bronnen in de wereld. Aardolie wordt bijvoorbeeld massaal gebruikt in de kunstmest die nodig is om ons veevoer te verbouwen. En om één liter melk te kunnen produceren, is maar liefst 1000 liter water nodig. Voor het produceren van een kilo rundvlees zelfs 15.000 liter. Terwijl voor een kilo aardappels maar 250 liter nodig is. Landbouw verbruikt zo’n 70% van de wereldwijde zoetwaterreserves. Een derde daarvan wordt gebruikt voor het verbouwen van voer om ons vee te eten te geven.