Hoe werkt het?

Sommige asielen kun je gedurende openingstijden vrij bezoeken om de dieren te bekijken. Bij andere asielen willen ze graag dat je vooraf een afspraak maakt. Dit kan soms ook verschillen per type dier. Het beste is daarom altijd vooraf even telefonisch te informeren.

Als je een specifiek dier op het oog hebt gekregen, zal een medewerker van het asiel een soort intakegesprek met je houden. In dit gesprek zullen ze je inlichten over de eigenschappen van het desbetreffende dier en ook informeren naar jouw situatie. Het asiel wil zich er natuurlijk van vergewissen dat jij en je gewenste huisdier een goede match vormen.

Vaak is er op dat moment ook een kans om nader met het dier kennis te maken. Je kunt eerst even buiten wandelen met de hond van je keuze. Daarna kan er een bedenkperiode zijn, voordat je je nieuwe huisdier mee naar huis mag nemen. Of dit het geval is, kan verschillen per asiel, maar ook bij hetzelfde asiel per type dier. Mensen denken soms dat een asieldier gratis is. Maar ook aan de aanschaf van een adoptiedier zijn kosten verbonden. Het asiel heeft natuurlijk kosten moeten maken voor de opvang, voeding en medische verzorging van het dier. Voor het dragen van deze kosten zijn de meeste asielen behalve van hun donateurs ook afhankelijk van de plaatsingsbedragen die ze ontvangen voor geadopteerde dieren. Een asielhond kost gemiddeld zo´n 100 euro en een kat zo´n 60 euro (van een konijn is de gemiddelde bijdrage ons niet bekend).

De plaatsingsbedragen kunnen verschillen per asiel.

Wat handige tips op een rij!
  • Probeer zoveel mogelijk te weten te komen over het dier van je keuze. Hoe is het karakter en het gedrag? Is het dier gevonden of afgestaan? Wat was de reden voor afstand? Heeft het dier een bepaald dieet of medicijnen nodig? Kan het met kinderen overweg? En met andere dieren? Allerlei vragen die goed zijn om te stellen.
  • Kies op basis van alle informatie een dier dat echt bij jou past. Laat je niet leiden door uiterlijkheden of door medelijden. Ga vooral ook af op de adviezen die de medewerk(st)er van het asiel je geeft.
  • Heb je al andere huisdieren? Vraag hoe het dier reageert op andere honden of katten in het asiel. Vraag of het dier vroeger met andere dieren heeft gewoond. Is het gewend hieraan? Vraag voor zover dat mogelijk is of je eigen huisdier onder begeleiding kennis mag maken met het asieldier van je keuze. Vaak kan dit bij honden bijvoorbeeld heel goed. Sommige knaagdierencentra bieden ook de mogelijkheid om een dier ter kennismaking enige tijd bij je te laten logeren.
  • Een huiselijke omgeving is natuurlijk iets heel anders dan een hokje in een asiel overvol met andere dieren. Houd er daarom rekening mee dat het gedrag van je nieuwe huisdier nog kan veranderen na verloop van tijd.
  • Maak je huisdier meteen vanaf het begin duidelijk wat wel en niet mag. Wees consequent. Een kat die de ene keer niet mag bedelen en de andere keer een lekker hapje krijgt, snapt er natuurlijk niets meer van. Volg met honden een gehoorzaamheidscursus bij een hondenschool.
  • Het zal je nieuwe huisdier tijd kosten om aan jou, je eventuele huisgenoten en zijn nieuwe omgeving te wennen. Steek daar tijd en energie in. Verwacht geen wonderen. Soms kan het best enkele maanden duren, voordat je huisdier zich helemaal thuis voelt. Forceer niets. Geef je nieuwe huisdier alle tijd.