katten_erbij

Een nieuwe kat erbij

Katten zijn sociale dieren en houden er niet van alleen te zijn. Ze hebben een natuurlijke behoefte aan contact met soortgenoten. Een gebrek hieraan kan leiden tot eenzaamheid en stress. Helemaal als je kat niet naar buiten kan, kan hij daarom erg gebaat zijn bij een maatje. Je moet dit contact natuurlijk wel rustig opbouwen. Hoe pak je dit aan?

Hieronder een 10-stappen-plan om je kat en de nieuwkomer aan elkaar te laten wennen.

  1. Erg belangrijk: zorg dat je zelf genoeg tijd hebt. Neem bijvoorbeeld een paar dagen vrij, zodat je het kennismakingsproces goed kunt begeleiden.
  2. Laat je nieuwe huisdier eerst wennen in een aparte kamer. De verandering van omgeving levert voor de meeste katten al genoeg stress op. Maak het niet erger. De kamer kan het beste niet al te groot zijn. Dan voelt de kat zich sneller veilig. Zorg dat in de ruimte een kattenbak, eet- en drinkbakjes staan, zodat de kat overal bij kan zonder de ruimte te hoeven verlaten.
  3. Leg ondertussen in de woonkamer (of waar je andere kat zich bevindt) iets met de geur van de nieuwe kat. Bijvoorbeeld een dekentje waarop hij gelegen heeft. Op die manier kan je kat alvast met de geur van zijn nieuwe huisgenoot kennismaken.
  4. Leg andersom ook spulletjes van je kat bij de nieuwkomer in zijn kamer.
  5. Laat de nieuwkomer een uurtje wennen in zijn nieuwe onderkomen en ga dan eens kijken. Ga gewoon eens in de kamer zitten en let goed op het gedrag van je nieuwe huisdier. Verkent hij de kamer al? Komt hij misschien zelfs even bij jou snuffelen? Komt hij naar je toe, haal hem dan rustig aan. Of verstopt hij zich nog? Als de kat nog schuchter overkomt, gun hem dan meer tijd. Herhaal het proces een uurtje later nog eens. Ga hiermee door tot je het idee hebt dat de nieuweling zich op z’n gemak voelt.
  6. Kijk hoe de dieren reageren op elkaars geur. Snuffelen ze rustig aan de dekentjes? Lijken ze zich niet te storen aan de geur van elkaar? Dan gaat het de goede kant op!
  7. Als alles goed lijkt te gaan (dat kan best enkele dagen duren) kun je de dieren onder begeleiding voorzichtig met elkaar introduceren. Je kunt bijvoorbeeld aan beide kanten van de deur wat brokjes leggen evt. met de deur op een kier. De dieren kunnen elkaar dan waarnemen, maar zijn hoogstwaarschijnlijk gefocust op het lekkers. Ze krijgen op die manier een positieve associatie met elkaar.
  8. Na een tijdje kun je proberen om ze met elkaar te laten spelen. Doe de deur nog niet open. Laat hem op een kier en zorg dat hij niet verder open kan. Ga bijvoorbeeld met een speeltje langs de kier, zodat de katten er allebei mee kunnen spelen. Ook dat helpt om de katten elkaars aanwezigheid als iets fijns te laten ervaren.
  9. Kijk vooral hoe de dieren op elkaar reageren. Zie je signalen dat één of allebei de katten zich bedreigd voelen (grommen, blazen, etc.), straf dan niet! Dan leren de katten juist dat elkaars aanwezigheid iets vervelends is. Las gewoon even een pauze in. Probeer het later opnieuw. Ga zo stap voor stap verder. Neem vooral de tijd!
  10. Zorg dat je de eerste dagen de dieren niet zonder toezicht bij elkaar laat. Als je even weg moet, zet de dieren dan weer terug in hun ‘eigen’ kamers. Wacht tot de katten in jouw bijzijn meerdere malen voor langere tijd goed in elkaars gezelschap zijn geweest. Daarna kun je proberen ze eens een tijdje echt alleen te laten. Begin niet meteen met een hele werkdag. Bouw ook dit stapsgewijs op. Bijvoorbeeld eerst eens een kwartiertje, dan een half uurtje etc.

Ga vooral niet te snel. Jij zou ook enorm schrikken als je opeens een wildvreemde man in je huis aantrof. Dat klinkt gekscherend, maar is wel waar het om draait. Ook dieren moeten elkaar leren kennen en aan elkaar wennen. Als je te snel gaat, kan het voorgoed misgaan. De gouden regel is dan ook: neem de tijd!