Een nieuw konijn erbij

Helaas worden konijnen door veel mensen niet goed begrepen en alleen in een hok gehouden. In de natuur leven konijnen nooit alleen. Konijnen hebben dan ook een sterke natuurlijke behoefte aan sociaal contact met soortgenoten. Gebrek aan contact met soortgenootjes kan leiden tot eenzaamheid en stress. Konijnen moeten daarom gehouden worden als paartje of in een groep.

Is menselijk contact niet genoeg?

Bijna nooit. Allereerst is contact met soortgenootjes anders dan contact met mensen. Wij kunnen simpelweg niet hetzelfde bieden als een ander konijn kan. Wij spreken nu eenmaal geen ‘konijnentaal’. Een konijn dat ontzettend veel aandacht krijgt van mensen (mits het dit uiteraard fijn vindt), dat beschikt over een ruim hok en ren en over genoeg verschillende speeltjes om zich te vermaken, kan best tevreden zijn. In de praktijk blijkt echter dat het bijna nooit lukt een konijn zijn hele leven lang (gemiddeld 10 jaar!) dagelijks genoeg aandacht te geven. Onder werk- of schooltijd zit het konijn toch al snel enkele uren per dag alleen. Een konijn dat buiten wordt gehouden, heeft het nog zwaarder. Bij slecht weer of in de koudere seizoenen beperkt het contact met het baasje zich vaak tot enkele minuten bij voedertijd. We kunnen niet genoeg benadrukken hoe dieronvriendelijk dit is.

Wat is de beste match?

Als je een nieuwe konijn erbij wilt kopen, moet je het contact natuurlijk wel rustig opbouwen. Hoe pak je dit aan? De eerste vraag is: wat is eigenlijk een goede match? Twee mannetjes zullen onder invloed van hormonen bijna altijd met elkaar gaan vechten als ze ouder worden. Daarom is dat meestal geen goede combinatie. De beste combinatie is doorgaans een mannetjes- en een vrouwtjeskonijn. Natuurlijk moet je dan maatregelen nemen om een nestje te voorkomen. Als je één van de dieren wilt laten castreren, kun je het beste voor het mannetje kiezen. Onder invloed van hormonen kan het mannetje anders het gecastreerde vrouwtje blijven lastigvallen. Beter is echter om allebei de dieren te laten castreren. Ze worden hier meestal rustiger van en makkelijker te koppelen. Ook twee gecastreerde vrouwtjes kan overigens een goede optie zijn. Dat gaat het beste als ze van jongs af aan aan elkaar gewend zijn of genoeg buitenruimte hebben om elkaar rustig te leren kennen. Twee niet gecastreerde vrouwtjes is een minder goed idee. Net zoals bij mannetjes loop je groot risico dat ze onder de invloed van hormonen met elkaar gaan vechten.

Waar?

De beste plek om een maatje voor je konijn uit te zoeken is in een opvangcentrum. De medewerkers kennen het karakter van de dieren goed. Ze kunnen je daarom goed adviseren bij het koppelen. Meestal kun je je konijn ook meebrengen om te kijken of het met het nieuwe konijn klikt. Bij een opvangcentrum mag je bovendien het konijn altijd terugbrengen, mochten de dieren het toch niet goed met elkaar kunnen vinden. Bij andere verkoopadressen is dit niet altijd het geval.

10-Stappenplan

Hieronder een 10-stappenplan om je konijn en de nieuwkomer aan elkaar te laten wennen.

  1. Bereid jezelf goed voor op het kennismakingsproces. Neem bijvoorbeeld een paar dagen vrij, zodat je genoeg tijd hebt om het proces te begeleiden. Zorg waar nodig dat de dieren zijn gecastreerd. Vergewis jezelf er bovendien van dat allebei de dieren goed gezond zijn.
  2. Zorg dat je tijdelijk over twee hokken beschikt. Tijdens het kennismakingsproces kun je de dieren niet samen alleen in dezelfde ruimte achterlaten als je even weg moet. Zorg dat de dieren in hun eigen hok ook even uit elkaars zicht kunnen zitten.
  3. Zet nóóit twee volwassen konijnen die elkaar niet kennen pardoes bij elkaar. Dit kan tot fikse vechtpartijen leiden.
  4. Laat de konijnen voor het eerst kennismaken op neutraal terrein (waar ze allebei nog nooit zijn geweest). Zorg dat ze genoeg ruimte hebben, zodat ze rustig aan elkaar kunnen wennen. Een te kleine ruimte kan stressvol zijn voor de dieren. In een te grote ruimte kunnen de dieren elkaar weer teveel ontwijken. Een handige leidraad is zo’n 4 m2 voor kleine konijntjes tot 9 m2 voor grotere konijnen.
  5. Zorg voor voldoende schuilmogelijkheden bijvoorbeeld een paar kartonnen dozen met een gat erin.
  6. Probeer te stimuleren dat de dieren samen eten. Hierdoor krijgen ze een positieve associatie met elkaar. Dit kun je doen door verspreid over de ruimte wat bakjes hooi en stro neer te zetten. Je kunt ook brokjes of groenten hier en daar neerleggen.
  7. Kijk goed naar het gedrag van de dieren. Als de dieren aan elkaar snuffelen of elkaar gaan berijden, is er niets aan de hand. Dit is natuurlijk gedrag bij een kennismaking. Als de dieren soms even afstand van elkaar nemen en geen aandacht aan elkaar schenken, is dat ook een goed teken. Mocht één van de konijnen de ander gaan likken dan mag je een rondedansje doen. Dat is een heel goed teken! Als daarentegen één van de dieren agressief, of juist steeds heel bang, blijft reageren, is dat natuurlijk geen goed signaal.
  8. Voorkom dat de dieren met elkaar gaan vechten. Zorg daarom dat je zelf overal in de koppelruimte goed bij de dieren kunt. Dan kun je ingrijpen, mocht dat nodig zijn. Je kunt eventueel een plantenspuit klaarzetten. Als er onverhoopt een vechtpartij uitbreekt, kun je ze daarmee afleiden. Mochten de dieren echt gaan vechten, gebruik dan een handdoek om ze uit elkaar te halen (leg deze vooraf klaar). Je kunt jezelf anders flink bezeren.
  9. Ga af op je konijn. Net als bij mensen, klikt het tussen sommige konijnen wel en tussen andere konijnen niet. Ze moeten elkaar wel aardig vinden. Als de eerste koppelpoging niet lukt, kun je het later nog eens proberen. Blijft één van de dieren bang reageren, blijft er één achter de ander aan zitten of blijven ze vechten met elkaar? Dan kun je beter later nog eens een nieuwe koppelpoging doen met een ander konijn.
  10. Is de koppeling daarentegen gelukt en kunnen de dieren het goed met elkaar vinden? Dan kun je ze in hun definitieve verblijf zetten. Zorg wel dat dit vooraf uitstekend gereinigd is. Anders hangt de geur van het ene konijn er nog in. Houd ook langere tijd toezicht om het gedrag in deze nieuwe situatie te observeren. Laat de konijnen pas echt samen alleen als het langdurig onder je toezicht goed is gegaan.